Zorgmedewerkers over het werken met jongeren met autisme

Geplaatst op 11 april 2017

In de Autismeweek, met het thema ‘jong en AUT’ stelden diverse ggz-instellingen hun deuren open voor publiek. MindUp, onderdeel van GGZ Friesland, organiseerde rondleidingen in de woonvoorzieningen en lezingen over autisme. Twee zorgprofessionals, rehabilitatiecoach Ben van de Kraats en woonbegeleider Susan Leenstra vertellen over hun werk met mensen met autisme.

Ben van der Kraats werkt sinds januari van dit jaar als rehabilitatiecoach. Hij is SPH-geschoold en geeft daarnaast nog lessen. ,,Naast teamcoach, ben ik verantwoordelijk voor de inhoud van het werk. Ik coach medewerkers vanuit de IRB-methodiek”, vertelt hij. ,,Dat staat voor ‘individuele rehabilitatie’. Je kijkt met deze methode herstelgericht. Het gaat niet om genezen. Maar wel om de vraag: hoe kunnen we jou zo ver krijgen dat je over een paar jaar wel een in bzw-appartement zit? We kijken naar wat er lukt en gaan aan de slag met doelen. Vroeger waren we gewend om probleemgericht te kijken, maar nu naar wat wél kan.”

Susan Leenstra werkt vanaf haar negentiende in de zorg, in verschillende functies. Ze is een aanspreekpunt in de groep en biedt praktische ondersteuning. ,,Wat vaak speelt bij autisme, is dat het moeilijk is om tot dingen te komen. Jouw aanwezigheid kan helpend zijn om tot actie over te gaan.”

Kookclub
De bewoners hebben in Leeuwarden elk hun eigen appartement, maar ondernemen ook samen activiteiten. Zo is er een kookclub en organiseren ze regelmatig uitstapjes. ,,Laatst hebben we een muziekavond gehad, hartstikke leuk”, vertelt Ben. Ze zijn tussen de 18 en 30 jaar oud en het doel is dat ze later doorstromen naar een reguliere (huur)woning. In de anderhalf tot twee jaar dat ze er wonen, leren ze verschillende vaardigheden en werken aan individueel bepaalde doelen, die hen uiteindelijk in staat moeten stellen zelfstandig te wonen en hun weg te vinden in de maatschappij.

Wat is belangrijk in de omgang met mensen met autisme? ,,Dat je rustig bent en niet te druk praat, met allerlei gebaren”, zegt Susan. ,,Ik denk ook dat het er vaak om gaat dat je met elkaar afspreekt hoe je communiceert”, vult Ben aan. ,,Kijk je elkaar wel of niet aan? En trouw in afspraken zijn. Als je vijf minuten later komt, gaat de deur niet open. Maar dat geldt trouwens niet voor iedereen. Voorspelbaarheid, rust en trouw, dat is belangrijk.”

,,Als je bij iemand komt, moet je niet ineens zeggen: nu ga ik weg. Dat leid je in, zodat het duidelijk is: ‘Ik ga over vijf minuten weg.’ Juist onduidelijkheid geeft veel stress”, zegt Susan.

Slim
De groep heeft een vrij hoog niveau. ,,Ze doen meestal een HBO of universitaire opleiding”, zegt Ben. ,,Waar ze dan tegenaan lopen, is plannen. Voor elke student is dat moeilijk, maar voor deze mensen is dat specifiek een probleem. Voor ons is het belangrijk om daar dingen in op te pakken en te begeleiden.” ,,Wat vaak ook mee speelt, is dat ze gaan associëren. Ze horen of zien iets, gaan zich daarop focussen en vergeten waar ze mee bezig zijn”, aldus Susan.

De Autismeweek, georganiseerd door de Nederlandse Vereniging van Autisme (NVA) en het Autismefonds, is bedoeld om aandacht te vragen voor de ongeveer 190.000 mensen met autisme in ons land. Het thema Jong & AUT is gekozen om vroegherkenning en – erkenning van autisme onder de aandacht te brengen. Vroegdiagnostiek is belangrijk, zodat kinderen niet onnodig uitvallen op school, maar op tijd de juiste begeleiding kunnen krijgen. Er zijn veel mensen die pas op zeer late leeftijd een diagnose hebben, vaak na jarenlange problemen.

Over mensen met autisme leven nog veel vooroordelen. Ze zijn niet sociaal, in zichzelf gekeerd en hechten sterk aan structuur. Ook Susan en Ben merken dat. ,,Aan de ene kant lijkt autisme wel een grote hype”, zegt Ben. Je hoort er van alles over op tv, denk aan programma’s als ‘Het is hier autistisch’ en leest erover in kranten en tijdschriften. Susan: ,,Er zijn veel mensen die trekken hebben van autisme. Ik kom ook mensen tegen van veertig, die nog maar een jaar de diagnose hebben. Maar er zijn ook mensen die de diagnose al hebben vanaf dat ze een jaar of drie zijn.”

Bij autisme wordt nog vaak gedacht aan klassiek autisme, naar het voorbeeld van de hoofdpersoon uit de film Rain man. ,,Die zal wel het hele telefoonboek uit z’n hoofd kennen. Daar zit nog wel een stigma”, zegt Ben. Voordat Susan begon met het werken met mensen met autisme, had zij ook vooroordelen: ,,Ik dacht: ik kan geen grappen maken. Nou, de grappen vliegen je om de oren! Ze zijn heel ad rem.”

Tijdens de verkiezingen ging een groepje jongens stemmen, alle drie op een andere partij. ,,Aan tafel ging het er de hele tijd over”, vertelt Ben. ,,Dat is prachtig. Dan denk ik: jongens, jullie zijn echt niet gek. Alleen de wereld is soms wat ingewikkelder. De verwerking van dingen die binnenkomen, is gewoon anders.” Waar ze tegenaan lopen, is sterk individueel bepaald. ,,Het is enorm vermoeiend om autistisch te zijn. Je prikkelverwerking loopt heel anders. Ze kunnen hyperfocussen, maar dat kost veel energie.”

Gezichtsuitdrukkingen lezen
Een ervaringsdeskundige noemde het voorbeeld van de driehoek ‘denken, voelen en doen’, vertelt Ben. Die drie zijn niet altijd in balans. Tijdens een cursus zette hij zelf een autibril op, om te zien wat mensen met autisme kunnen ervaren. ,,Je ziet alleen maar details. Zo werkt het een beetje. Dat maakt het heel vermoeiend.”

Een ander vooroordeel waar de jongeren met autisme zelf soms ook om kunnen lachen, is dat ze helemaal niet sociaal zouden zijn. ,,Dat is absoluut niet zo, ik vind ze enorm sociaal”,zegt Susan. ,,Het invoelen van de ander kan soms wat lastig zijn. Ze kunnen de mimiek van de ander niet altijd lezen.”

Maar ook dat is te oefenen, zegt Ben. ,,Ik ken iemand met Asperger die echt heeft moeten leren dat elke andere mimiek, een andere emotie heeft. Voor ons is dat vanzelfsprekend, maar voor hem niet. Inmiddels heeft hij zijn eigen gezin. Maar dat is één verhaal, voor iedereen is het verschillend. Dat is ook onze insteek als begeleider. Je kunt niet één manier vinden.” Een klik met de woonbegeleider is belangrijk. ,,Je moet kijken naar de relatie. We werken ook met rehabilitatieplannen. Als je het plan leest, moet je eigenlijk gelijk de bewoner voor je zien, anders klopt het niet.”

« Naar overzicht

Kruimelpad

Op hierarchische volgorde, het laatste element is de huidige pagina